Auti gym

 
Methode Autigym.
 
Hoe de methode ontstaan is?
     De methode is ontstaan en ontwikkeld binnen ZMLK “De Alk” te Alkmaar.
Er wordt aan 12 groepen twee maal per week les in bewegingsonderwijs gegeven. De afgelopen jaren waren er steeds meer kinderen, die niet meer met plezier actief deelnamen aan deze les.
Deze leerlingen:
  • Waren bang voor de groep
  • Hadden moeite met het lawaai om hen heen
  • Dwaalden maar wat rond
  • Stonden aan de kant
  • Kwamen zelfs de zaal niet in
  • Wisten onvoldoende wat te doen met de materialen
 
Het kwam er op neer dat ongeveer een groep van 10 leerlingen, waarvan de meeste met een Autisme Spectrum Stoornis, niet meededen met de les bewegingsonderwijs. Er is van alles geprobeerd om de kinderen over hun angst heen te helpen.
  • Nog meer structuur bieden tijdens de les.
  • Meer begeleiding geven
  • Oefeningen samen doen
  • Nog duidelijker uitleggen
  • Etcetera, etcetera
Dit alles had niet het gewenste effect. Dit was het moment dat Marry Ronde, momenteel werkzaam voor het Steunpunt Autisme REC Noord-Holland cluster 3, in die tijd leerkracht van onze autigroep, en Ingrid Ott, vakleerkracht bewegingsonderwijs aan “De Alk”, besloten dat er een tastbare praktische methode moest komen om deze leerlingen toch tot gym aan te zetten. In die tijd volgden wij beiden onafhankelijk van elkaar een workshop auti-gym. En met deze kennis gingen we aan de slag.
 
De doelen.
De doelen die we uiteindelijk wilden bereiken waren:
  • De vertrouwdheid met de gymzaal vergroten
  • De zelfstandigheid vergroten
  • Gedragsregels leren en bijsturen
  • De motorische vaardigheden uitbreiden
  • De structuur van de gymles helder en hanteerbaar maken.
  • En het belangrijkste: plezier hebben!
 
 
Wat hebben we gedaan om deze doelen te bereiken?
We hebben een antwoord gegeven op de vragen die bij de kinderen naar boven kwamen. Deze vragen zijn ook de kapstokken voor ASS leerlingen tijdens welke activiteit dan ook.
 
 
Een voorbeeld uit een les bewegingsonderwijs:

                                                                 

Ballen/ hoepel/ tennisracket/ bak.
 
Ik leg de oefening mondeling uit. Maar door de informatie verwerkingsproblematiek, eigen aan autisme, ontgaat de leerlingen de hele opdracht. De vragen die bij de leerlingen naar boven komen zijn de volgende:
 
  • Wat moet ik doen?
  • Waar moet ik het doen?
  • Wanneer moet ik het doen?
  • Langs welke weg moet ik gaan?
  • Hoe lang gaat het duren?
  • Wat is de volgende activiteit?
 
Binnen de methode Autigym geven we antwoord op deze vragen.
 
De methodiek autigym.
Deze bestaat uit twee delen. De praktische werkmap met een korte theoretische inleiding. Er staan ongeveer 90 verschillende oefeningen in. Deze zijn onderverdeeld in 10 motorische activiteiten. Zoals werken met de bal, klauteren, zwaaien etc.
De oefeningen zijn gevisualiseerd door pictogram-achtige tekeningen. En op de achterkant staat de oefening in een duidelijk korte zin weergegeven. Hierdoor is de methode geschikt voor speciaal-, maar ook voor het reguliere basisonderwijs. De oefeningen zijn te eenvoudig voor het regulier Voortgezet Onderwijs.
Naast de map hebben we een ondersteunende videoband laten maken, die een helder zicht geeft op de methodiek in zijn geheel.
 
De praktijk van een Autigymles. 
De opstelling:
Het is belangrijk dat de toestellen klaarstaan, voordat de leerlingen binnenkomen. Nog rondlopen en sjouwen met materiaal geeft direct al veel onrust, die je vaak niet meer wegneemt.
Creëer daarbij een plek, waar de leerlingen kunnen gaan zitten, direct nadat ze de zaal binnenkomen. Eventueel kun je de individuele plaatsen aangeven met een vaste kleur, foto of tekening, zoals bij ons ook in de kleedkamer al wordt gedaan.
Deze plek (bank, lijn op de grond, mat) is de start-, wacht- en eindplaats van de les.
Stel het materiaal zo op dat er voor iedere leerling een oefenplaats is. Iedere leerling werkt, zeker in het begin!, individueel. Na enige tijd van intraining, kun je voor enkele leerlingen momenten aanbrengen, waarbij leerlingen samen op een plaats aan het werk zijn. Waarbij het ‘samenwerken’ begint met, bijvoorbeeld het wachten op een beurt, een bal over rollen enz. Heel eenvoudige oefeningen. Of en wanneer je aan dit ‘samenwerken’ toekomt, verschilt per leerling.
 
Dan begint de les:
       NNa binnenkomst gaan de leerlingen op de wachtplaats zitten.
Direct wordt de time-timer* in werking gezet.
*Dit is een soort wekker, waar een rode schijf in wegdraait. Als het rode weg is, is de tijd om. De leerlingen ervaren dit als heel duidelijk: “Als het rood weg is, is de tijd op. Je stopt dan, ook als je nog niet helemaal klaar bent”.
Alle oefeningen staan opgesteld in de ruimte. Bij elke oefening hangt een grote pictografische tekening van de oefening.
       Iedere leerling heeft een persoonlijk takenbord, met daarop dezelfde pictografische tekeningen in het klein. Dit takenbord geeft de volgorde aan, waarin deze leerling de oefeningen af moet werken.
Als de naam van de leerling genoemd wordt, pakt deze leerling het bovenste kaartje van zijn takenbord, en gaat op ‘zoek’ naar de grote afbeelding, die gelijk is aan zijn kaartje. Naast de tekening is de plaat ook herkenbaar aan de kleur, want iedere motorische activiteit heeft zijn eigen kleur.
Het kleine kaartje wordt in het bakje onder de grote afbeelding gelegd. De leerling heeft ingecheckt en kan beginnen met oefenen.
 
De oefening:
Iedere oefening heeft een duidelijk, steeds terugkerend, begin- en eindpunt.
De weg die gegaan moet worden, wordt aangegeven door middel van bijvoorbeeld voeten.
Het aantal herhalingen, dat gedaan moet worden, wordt aangegeven door middel van materiaal.
Het is belangrijk je te realiseren dat niet het resultaat bepaald of een oefening klaar is, maar het aantal keren dat iets gedaan moet worden. Als je bijvoorbeeld pylonen van een kast moet gooien, is het feit dat er 5 x gegooid wordt, belangrijker, dan dat alle pylonen eraf zijn. Dit verschilt per leerling. Bij de één moet alles eraf voordat hij tevreden is, een ander raakt hier gefrustreerd van en een volgende gaat gewoon iets dichterbij staan om toch het resultaat te behalen.
 
Als een leerling klaar is met de oefening, gaat hij eerst de gebruikte materialen weer in de beginstand terugbrengen, voordat hij terugkeert naar het takenbord. Daar een nieuw kaartje pakt en de volgende oefening gaat doen, totdat het takenbord leeg is of het tijd is.
 
Het aanleren:
Bij het aanleren, werk je met 1 à 2 leerlingen. Je bekijkt welke ondersteuning de betreffende leerling nodig heeft. Het waarnemingsniveau verschilt per leerling. Op dit moment kunnen bij ons alle leerlingen de pictografische tekeningen goed begrijpen. Het kan mogelijk zijn dat er leerlingen zijn die andere ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld in de vorm van een foto, een voorwerp of geschreven tekst.
Bij het aanleren steeds veel herhalen. Herhaling van woorden, maar dan zo min mogelijk, geen volzinnen. De vriendelijke sergeant zijn. Herhaling ten aanzien van de opbouw van de oefening, van het begin en eind van de oefening.
Elke, voor de leerling, nieuwe oefening, wordt voorgedaan door de leerkracht. Een bekende oefening alleen indien noodzakelijk.
In de praktijk blijkt, dat de leerlingen deze werkwijze al na twee of drie keer onder de knie hebben!
Uiteindelijk kunnen de leerlingen zelfstandig en met meer plezier motorische oefeningen uitvoeren.
 
     Als een leerling klaar is met een oefening, gaat hij terug naar zijn takenbord en bekijkt het volgende kaartje. Als deze oefenplaats vrij is, gaat hij hier aan de gang, is er nog een andere leerling aan het werk, dan kan de leerling wachten op de wachtbank óf …… de wachtoefening doen, die ook klaarstaat en waarvan de kaartjes op het wachtbord hangen.
Dit is een extra oefening, die je mag doen als je snel klaar bent en nog voldoende energie hebt, het moet dus niet. Een snelle leerling kan deze oefening zelfs meerdere keren doen.
Als de leerling zijn persoonlijk takenbord heeft afgewerkt, gaat deze op de bank zitten.
Wij werken nu enige tijd met deze methode en als er tijd is, mogen ze als beloning voor goede werken, iets uitzoeken dat ze graag doen. Wij hebben daarvoor een fotobord hangen, met maximaal 5 foto’s van materialen daarop, waaruit ze kunnen kiezen. Ze nemen hun foto van het persoonlijke takenbord en hangen deze onder de foto van het materiaal, waarmee ze nog willen werken. Voor de één zijn de bouwblokken favoriet, voor de ander de kruiptunnel, zo heeft iedere leerling zijn voorkeur.
 
 
De groepsles:
     Het is ook mogelijk om de autigym te combineren met een groepsles.
Ook op de Alk hebben we niet de faciliteiten om alle leerlingen, die dat nodig hebben aparte autigymles te geven. Een groot aantal leerlingen doet mee in zeer gestructureerde groepslessen, maar diegene voor wie dat te ingewikkeld is, werken tijdens de groepsles met de autigymmethode.
Er wordt een klein deel van de zaal afgebakend. In dit deel worden vier oefeningen klaargezet.Ook hier weer het persoonlijk takenbord met de kleine pictografische tekeningen en de grote borden met de grote versie hiervan.
Als de groep binnenkomt, doen we de inleiding, indien mogelijk, met de hele groep. Daarna wordt de leerling, die zelfstandig met de autigymmethode gaat werken, aan het werk gezet. De rest van de groep gaat verder met de groepsles. De zelfstandig werkende leerling stimuleren, ondersteunen met positieve opmerkingen of kleine aanwijzingen, zodat hij wel het gevoel heeft dat er toch ook voor hem aandacht is.
Als de leerling klaar is met zijn ‘werk’, volgt een beloning, deze kan heel divers zijn en is afhankelijk van de leerling, bijvoorbeeld iets kiezen uit het fotobord, kijken naar de groep, rustig alleen douchen enz.
De intraining van deze leerlingen gebeurt individueel, of in tijdelijke kleine groepjes.
 
 
Laatste site update: vrijdag 3 september 2010 om 08:48
©2010 Stichting Skoop - cms by: RUIG!