Steunpunt Autisme

Steunpunt autisme bevond zich vroeger binnen de Alk.
Wegens ruimtegebrek is zij verhuisd.

Postadres Steunpunt Autisme
Regio Noord-Kennemerland
Ceresstraat 33
1829 XE Alkmaar

Leermiddelendepot Autisme
James Watstraat 4
1817 DC Alkmaar

website van steunpunt autisme


Autisme

Een bijzondere groep leerlingen binnen onze school zijn de leerlingen met een stoornis vanuit het Autistisch Spectrum. Zij hebben naast de verstandelijke beperking ook te maken met de beperkingen die Autisme met zich meebrengt.

De laatste jaren is de doelgroep leerlingen met autisme behoorlijk toegenomen. Dit heeft verschillende oorzaken.

  • De deskundigheid betreffende deze stoornis is toegenomen. Dit maakt:

•  dat autistische leerlingen eerder door de omgeving, o.a. onderwijzend personeel, worden gesignaleerd. Het gedrag valt op en men vraagt zich af of er sprake is van autisme.

•  dat het stellen van een diagnose “Autisme Spectrum Stoornis” meer verfijnd plaats kan vinden door o.a. kinderpsychiaters van de jeugd hulpverlening.

  • Bij de stoornis autisme is er in 90 % sprake van erfelijkheid. De bevolking neemt toe, zo ook de groep kinderen met autisme.

Vorig schooljaar heeft er een inventarisatie plaats gevonden van leerlingen met autisme binnen het speciaal onderwijs in Nederland. Deze inventarisatie liet zien dat van de doelgroep ZML leerlingen 25 % een vorm van autisme heeft. Dit komt ongeveer overeen met het aantal autistische leerlingen binnen De Alk. 45 Kinderen van het totaal van 225 leerlingen met de autistische stoornis (PDD) of de zogenoemde aanverwante autistische stoornis (PDDNOS)

Het onderwijs aan de leerlingen met autisme wordt gegeven vanuit de TEACCH gedachte.TEACCH staat voor Treatment and Education of Autistic and related Communication Handicapped Children ofwel Behandeling en Onderwijs voor Autistische en daaraan gerelateerde Communicatie Gehandicapte Kinderen. Visualisering ( dus zichtbaar maken) en voorspelbaarheid staan centraal in deze methode. Zo ook bij de behandelingen fysiotherapie, muziektherapie en logopedie.

Ruim 30 leerlingen met autisme krijgen les binnen de reguliere groepen van De Alk, soms worden er aanpassingen gedaan om beter te kunnen functioneren. Zo wordt er door de vakleerkracht gymnastiek auti-gym gegeven ook aan de leerlingen van de reguliere groepen die dat nodig hebben. Wat auti-gym inhoudt kunt u lezen op onze site. Alle Auti-gym oefeningen zijn ontwikkeld en verzameld in een praktijkmap door de vakleerkracht gymnastiek van De Alk. De map is op de markt gebracht voor het onderwijs.

Soms is de problematiek van de leerlingen met autisme zo complex dat zij binnen een specifieke onderwijsvorm, de auti-klas, les moeten krijgen. In 1999 is De Alk voor het eerst met een parttime auti-klas gaan werken, waarbij terugplaatsing in de reguliere groepen altijd het doel is geweest. De praktijk wijst echter uit dat een groepje leerlingen structureel aangewezen blijft op het onderwijs in de auti-klas. Op dit moment zijn er twee fulltime auti-klassen binnen de school: een aanvangs auti-groepje met 6 leerlingen van 5-8 jaar. En een tweede groep van 8 kinderen in de leeftijd van 8-14 jaar. Integratie in de gewone klassen blijft echter altijd het streven. De auti-klassen worden voor een deel gefinancierd uit zorggelden: het Persoons Gebonden Budget dat door de ouders wordt aangevraagd.  

Marry Ronde 

De auti-groepen

Op de Alk zijn in het schooljaar 2002/2003 twee groepen gestart voor kinderen met een diagnose in het autistisch spectrum, die het moeilijk kunnen redden in een normale stamgroep . In groep A zitten zes kinderen in de leeftijd van 5 tot 8 jaar. De B-groep bestaat uit acht kinderen van 8 tot 14 jaar. In beide groepen werken een leerkracht en een klassenassistent. Het eerste doel van de auti-groepen is dat de kinderen zich prettig en veilig voelen. Een kind dat lekker in zijn vel zit, is beter in staat te leren.

Structureren en visualiseren:
Kinderen met een A.S.S.(autistisch spectrum stoornis) zijn erg prikkelgevoelig en hebben veel behoefte aan regelmaat en een duidelijke structuur. De inrichting van de lokalen is om die reden prikkelarm gehouden.

Het dagprogramma is voor ieder kind apart gevisualiseerd met pictogrammen, zodat ze steeds van te voren weten wat er die dag staat te gebeuren. Spontane veranderingen van dat programma worden zoveel mogelijk vermeden. 



Iedere dag is er een groeps-activiteit en een werkmoment. Verder is er (vooral in de jongste groep) veel aandacht voor de ontwikkeling van de zintuigen (zie kopje SMI) en wordt ernaar gestreefd om dagelijks een bewegingsactiviteit te hebben.

De tijd die er gebruikt wordt voor een activiteit wordt aangegeven met een speciale klok, zodat de kinderen precies kunnen zien wanneer de volgende activiteit begint.

De vrije momenten zijn voor deze kinderen erg lastig, omdat ze niet goed in staat zijn zelf te kiezen. Ook deze momenten worden daarom zoveel mogelijk gestructureerd. Zo is er bijvoorbeeld een keuze-bord voor het spelen op het plein of een vrij-spelmoment in de klas. Op zo'n bord wordt met pictogrammen of foto's aangegeven uit welke activiteiten het kind kan kiezen. Ze kunnen dan vooraf hun foto bij zo'n picto hangen en weten dan wat ze gaan doen. 



De werkmomenten:
Ieder kind heeft een eigen werkhoek met aan beide kanten een kast, waarin ze kunnen werken zonder afgeleid te worden. Er wordt gewerkt volgens de TEACCH-methode. Voor elk kind zijn er drie werkmandjes met opdrachten, die ze in een vaste volgorde moeten afwerken; eerst het blauwe, dan het gele en daarna het witte mandje. In het derde mandje zit altijd een belonende opdracht. Hierdoor worden de kinderen gestimuleerd om ook de eerste twee opdrachten goed te maken. De opdrachten in het blauwe en het witte mandje zijn aangepast aan het niveau van het desbetreffende kind en kunnen erg varieeren. Zo zijn er een aantal kinderen druk bezig met het leren lezen en rekenen, terwijl anderen vooral getraind moeten worden op taakgerichtheid en/of werken met ontwikkelingsmateriaal. 



De groepsactiviteiten:
Samenwerken of een kringgesprek voeren is voor kinderen met een ASS heel moeilijk. Je moet dan de concentratie op kunnen brengen om naar elkaar te luisteren en/of je beurt af te wachten. Dat gaat niet automatisch, maar moet echt aangeleerd worden. Daar komt bij dat auditieve informatie niet altijd goed binnenkomt. Tijdens de groepsactiviteiten wordt daarop getraind. Zo kan er bij kringgesprekken gebruik gemaakt worden van een stiltekaart, die op tafel ligt. Het kind dat aan de beurt is krijgt een praatkaart toegeschoven en mag dan wat vertellen, voor de andere kinderen geldt dan de stiltekaart. Indien mogelijk wordt het vertelde geillustreerd met plaatjes, foto's of pictogrammen. Dit geldt ook voor instructie-momenten. Bij deze activiteiten is er ook veel aandacht voor de taal/spraakontwikkeling.

Het samenwerken wordt geoefend met bijvoorbeeld het spelen van gezelschapsspelletjes.

Verder is er tijdens deze activiteit ook regelmatig aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Een kind met een spectrumstoornis kan zich heel moeilijk inleven in de wereld van de ander. Ze begrijpen de gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal niet goed. Daardoor kunnen ze slecht omgaan met reacties en emoties van andere mensen en kinderen. Ook hun eigen emoties kunnen ze niet altijd even goed duiden. Door middel van allerlei spelletjes en methodes worden de kinderen hier meer bewust van gemaakt.  

Het bewegingsonderwijs:
Er is twee keer per week auti-gym. Ook een gymles is een redelijk onoverzichtelijke activiteit voor onze kinderen. Daarom is er een speciaal systeem ontwikkeld om ook deze lessen zo goed mogelijk te laten verlopen. De kinderen werken aan de hand van opdrachtenkaartjes een circuit af. Iedere opdracht heeft een duidelijk begin en eind, zodat er geen twijfel kan bestaan. De opdrachten worden individueel en zelfstandig afgewerkt.

Een andere bewegingsactiviteit is de zwemles. De kinderen die nog niet toe zijn aan gerichte zwemles gaan naar het watergewenningsbad in de school. Ze kunnen daar vrij in het water spelen. De kinderen die daaraan toe zijn, gaan een keer per week naar een zwembad in de buurt waar ze, ook weer op een aangepaste wijze gericht zwemles krijgen. Auti-groep A zwemt twee keer per week, de B-groep een keer.  

SMI (=sensomotorische integratie):
Sensomotorische integratie is de samenwerking tussen waarnemen en bewegen. Hierdoor is het mogelijk om bewegingen om te zetten in doelgericht handelen en bewust te worden van onszelf en de omgeving. Bij kinderen met een ASS gaat deze integratie niet altijd vanzelfsprekend. Dit heeft gevolgen voor de motoriek, de communicatie en het gedrag. Zintuigen geven een prikkeloverdracht. Zij waarschuwen bijvoorbeeld voor gevaar en voorzien ons van informatie. Als dit proces niet goed ontwikkeld dan kan het zijn dat een prikkel niet wordt opgemerkt of er wordt juist te heftig op gereageerd. (zie ook artikel over SMI elders op deze side). Door het doelbewust trainen van alle zintuigen worden de kinderen zich beter bewust van hun eigen lichaam en van de wereld om hen heen. Dit is vooral in Auti-groep A een dagelijkse activiteit. De activiteiten op dit gebied zijn zeer uiteenlopend. Zo wordt de tastzin getraind door het spelen met bijvoorbeeld scheerschuim of het zoeken in voelbakken. De auditieve training bestaat uit het doen van geluidenlotto's en andere luisterspelletjes. Daarnaast krijgen ze muziektherapie van de muziektherapeut. Verder zijn er allerlei kijkspelletjes om de visuele waarneming te trainen. Smaak en reuk worden o.a. getraind in de kookles. In deze les leren de kinderen ook wennen aan het gevoel van de verschillende soorten voedsel in de mond. Bellenblazen is een goede training voor de mondmotoriek.

De kinderen van auti-groep A hebben een moment in de week waarin ze naar de ruimte van de fysiotherapeut gaan om o.a. het evenwichtszintuig en het dieptezintuig te oefenen.

Veel kinderen hebben naast deze groepsactiviteiten ook nog individuele momenten bij de fysiotherapeut, de muziektherapeut of de logopediste.

De kinderen van de auti-groepen spelen op een speciaal voor hen ingericht plein. Ook hier is byzondere aandacht besteed aan de zintuiglijke waarneming van de kinderen. Zo bestaat de ondergrond bijvoorbeeld uit verschillende materialen: kunstgras, rubber tegels, klinkers en stoeptegels. 



Anke Hafkamp 2004


Laatste site update: dinsdag 9 maart 2010 om 16:02
©2010 Stichting Skoop - cms by: RUIG!